Categorieën
Geen categorie

Implementatieportret: Dunja Dreesens

Implementatieportret: Dunja Dreesens



Sinds september 2015 ben ik senior adviseur en teamleider bij het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. Daarvoor heb ik onder andere gewerkt bij de Regieraad Kwaliteit van Zorg, Zorginstituut Nederland, ZonMw en VWS en ooit ben ik begonnen bij de Britse winkelketen Boots the Chemist waar ik verantwoordelijk was voor health care (oftewel het apotheekgedeelte). Dat begin in de detailhandel was wellicht ook wel logisch aangezien ik bedrijfseconomie gestudeerd heb en daarna sociaal-culturele wetenschappen. In 2020 ben ik gepromoveerd aan de Universiteit Maastricht (kennisinstrumenten).

Maar terug naar mijn huidige werk. Het Kennisinstituut ondersteunt en adviseert vooral wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten over kwaliteitsbeleid en kwaliteits-/kennisinstrumenten. Ik houd me vooral bezig met (het herzien van) kwaliteitsbeleid van verenigingen (‘de kwaliteitscyclus sluitend krijgen’) waar ik vooral aandacht probeer te vragen voor het onderdeel implementatie in die cyclus. Verder ondersteun ik de ontwikkeling van richtlijnen variërend van Vermoeden van ouderenmishandeling tot Nevenbevindingen bij genetische tumordiagnostiek. Tevens doe ik projecten op het vlak van disseminatie en implementatie van richtlijnen en keuzehulpen. Daarnaast ben ik lid van de GIN working group Implementation en portefeuillehouder voor implementatie.

Verandering teweeg brengen

Als je me vraagt hoe ik in aanraking ben gekomen met implementatie, is mijn eerste reactie: dat was het richtlijnenprogramma van ZonMw waarvan ik secretaris was. Bij de start ervan (2006) vroegen partijen of er ook budget was voor de implementatie. Dat was er maar mondjesmaat, vooral omdat VWS (financier van ZonMw) vond dat implementatie weggelegd was aan het veld. Veel partijen voorzagen dat de ontwikkelde richtlijnen dan op de plank zouden blijven liggen en de aanbevelingen maar moeilijk hun weg zouden vinden naar de praktijk/verspilde moeite en tijd. Maar eigenlijk had ik er al eerder mee van doen en wel tijdens mijn eerste afstudeerstage bij Douwe Egberts in Londen in de jaren negentig van de vorige eeuw (ik word oud). In de detailhandel wordt nauwlettend bekeken en gekeken hoe je het keuze- en koopgedrag van de klant kunt beïnvloeden (zodat de klant langer in de winkel blijft en deze het product met de hoogste winstmarge koopt). En dat willen we natuurlijk ook bij (richtlijn)implementatie; een verandering teweegbrengen.  

Kennis duiden en delen

Een en ander werd versterkt toen mij duidelijk werd hoeveel kennis er in de (gezondheids)zorg is,  hoelang het duurt voordat die kennis de praktijk bereikt en de uitdaging die er ligt om die kennis behapbaar te ontsluiten voor degenen die ermee aan de slag gaan om keuzes te maken en beslissingen te nemen: de patiënt en zorgverlener. Want doordat die kennisontsluiting achter blijft, ontvangen nog niet alle patiënten zorg volgens de laatste inzichten. En voor mij betekent dit dat je de juiste kennis ‘produceert’ (waar hebben patiënt en zorgverlener behoefte aan), het onderzoek zorgvuldig uitvoert en die kennis belangenvrij geduid en gedeeld wordt. Niet alleen de positieve resultaten maar ook de negatieve, minder welgevallige resultaten. Dat delen kan bijvoorbeeld door de kennis te duiden en samen te vatten in richtlijnen. Implementatie begint mijn inziens bij de kennisvraag en ‘eindigt’ in de praktijk door die kennis toe te passen; implementatie zit door de hele keten. Eindigt staat tussen aanhalingstekens omdat kennistoepassing eigenlijk nooit eindigt; het einde is het startpunt van een nieuwe cyclus. En daarom ben ik ook zo gecharmeerd van de KTA-cyclus; the knowledge to action cycle van Graham et al. Daarin komt veel terug; context, tools, monitoring van kennistoepassing en legt de relatie met kennis’productie’. Ik kan er veel van de andere theorieën, modellen en frameworks die binnen implementation science/practice gangbaar zijn aan op hangen.

Beter omgaan met beschikbare middelen

Daarnaast laat ik me leiden of misschien beter gezegd inspireren door het artikel van Chalmers & Glasziou aangaande research waste (2009)*en de reeks Lancet-artikelen die daarop volgden. In de hele kenniscyclus kunnen we, moeten we beter met de beschikbare middelen omgaan.

Daar loop ik in de praktijk ook tegenaan. Er worden veel middelen besteed aan de kennisontwikkeling en -duiding maar veel minder aan de implementatie van die kennis en de evaluatie. Voor de implementatie hebben we ook capaciteit en infrastructuur nodig; implementatie kunnen we niet zomaar overlaten aan dat eerder genoemde veld van VWS. Wie is dat veld eigenlijk? Dat verschilt per situatie en kan een veelvoud van partijen betreffen met ieder zijn eigen perspectief en belangen. Die niet altijd per se op een lijn zitten. Meer aandacht voor implementatie dus in de kenniscyclus, gecombineerd met implementatiecapaciteit.

Gedrag

En tot slot zou ik dan ook willen pleiten voor een meer prominente plek voor gedrag in implementatieonderzoek en de implementatiepraktijk. Kahneman & Tversky hebben niet voor niets de Nobelprijs gewonnen door aan te tonen dat de rationeel calculerende mens niet bestaat en dat onze beslissingen vaak bepaald worden door biases en emoties.