Categorieën
Geen categorie

Implementatieportret: Erwin Ista

Implementatieportret:
Erwin Ista

Portretfoto Erwin Ista

Als het gaat over tools binnen het vakgebied implementatie, verbaas ik er me telkens weer over dat er zoveel tools voorhanden zijn. Ik denk wel eens: ‘Heeft iedereen z’n eigen tool en implementatiemodel ontwikkeld, en was dat nu echt nodig?’

Wie is Erwin Ista?
Dr. Erwin Ista is als universitair hoofddocent verbonden aan de sectie Verplegingswetenschap binnen de afdeling Interne geneeskunde en de IC kinderen binnen de afdeling kinderchirurgie van het Erasmus MC. Na de inservice-opleiding verpleegkunde en de vervolgopleidingen kinderverpleegkunde en Kinder intensive care (IC) werkte hij meer dan 10 jaar als Kinder-IC verpleegkundige in het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis. In 2006 studeerde hij cum laude af van de deeltijdopleiding Verplegingswetenschap aan de Universiteit Utrecht. In 2008 promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit.

Interesse voor implementatie
Tijdens mijn promotieonderzoek ben ik aanraking gekomen met implementatie van een sedatieprotocol op de Kinder-IC. Ik kan wel zeggen dat toen mijn interesse is gewekt. Na de publicatie van mijn eerste implementatie artikel, ontving ik een persoonsgebonden subsidie om deel te nemen aan het Implementatiefellow programma van ZonMw. Met dit programma heb ik de basis gelegd voor implementatieonderzoek en heb ik een aantal mooie implementatiestudies kunnen doen. Dit is uitgegroeid tot één van de onderzoekslijnen binnen verplegingswetenschap.
Binnen verplegingswetenschap doen we niet alleen implementatieonderzoek binnen de verpleegkunde. Ook artsen vragen ons om advies over implementatie onderzoeksprojecten. ‘Dan heb ik toegevoegde waarde ten opzichte van puur medisch onderzoekers’.

Tools en handvatten binnen ‘implementation science’.
Als het gaat over tools binnen het vakgebied implementatie, verbaas ik er me telkens weer over dat er zoveel tools voorhanden zijn. Ik denk wel eens ‘heeft iedereen z’n eigen tool en implementatiemodel ontwikkeld, en was dat nu echt nodig?’. Zelf heb ik niet specifiek een voorkeur voor een implementatiemodel. In de afgelopen jaren gebruikte ik met regelmaat het Implementatie van Grol & Wensing. Dit model is een goed hulpmiddel voor het vorm geven van het implementatieproces, het bevat alle essentiële stappen. Daarnaast gebruik ik nu vaker het Consolidated Framework for Implementation Research (CFIR). Mijn advies is kies een procesmodel en doe daar vooral ervaring mee op, zodat je hier vertrouwd mee raakt. Binnen ons vakgebied ‘Implementation Science’ is het vooral belangrijk dat we geen nieuwe modellen meer ontwikkelen, maar dat we deze verfijnen en onderbouwen met theorieën. Tevens is meer onderzoek nodig naar de effectiviteit van strategieën voor de implementatie van verpleegkundige richtlijnen en innovaties. Hiermee kan ‘Implementation Science’ binnen ‘Nursing Science’ wordt versterkt.

Onderwijs
Tot slot, vind ik het ook belangrijk om de kennis uit de implementatiestudies breed uit te dragen. Daarom geef ik regelmatig gastcollege’s over implementatie. Daarnaast ben ik coördinator van de cursussen Onderzoek & Implementatie binnen de master verplegingswetenschap van de universiteit van Utrecht en van de NIHES cursus ‘Implementation Science’ binnen het Erasmus MC.